De Nederlandse financiële gigant ABN Amro maakt een gewaagde beweging in haar werknemersstructuur. Voor het jaar 2028 moet een totaal van 5.200 werknemers, van de huidige bijna 22.000, de organisatie hebben verlaten. De recent aangestelde CEO, Marguerite Bérard, heeft deze veranderingen geïnitieerd om de voormalige staatsbank concurrerend te houden in de aanstaande Europese consolidatiegolf.
Marguerite Bérard, die in april Robert Swaak verving als CEO van ABN Amro, onthulde dinsdag haar langverwachte nieuwe strategie voor de Nederlandse grootbank. Het personeel vreesde al enige tijd dat deze strategie ingrijpende gevolgen zou hebben. Zelfs voor haar officiële aanstelling kondigde Bérard al een vacaturestop aan.
Het werd dinsdag duidelijk dat tegen 2028 een kwart van het personeel ABN Amro moet verlaten: 5.200 van de 22.000 banen staan op het spel. Volgens Bérard is deze personeelsreductie noodzakelijk om de kosten drastisch te verlagen. De bank spendeert momenteel 0,65 euro om 1 euro te verdienen, een ratio die naar maximaal 0,55 euro moet dalen. Tegelijkertijd worden wegens de lagere rendabiliteit de zaken van de zakenbank gesnoeid en ligt de focus op vermogensbeheer. Bérard streeft ernaar ABN Amro te laten uitgroeien tot een van de top vijf private banken in Europa.
In lijn met deze strategie heeft ABN Amro besloten om haar consumentenkredietdochter Alfam te verkopen aan de Nederlandse concurrent Rabobank. Eerder deze maand betaalde ABN Amro 960 miljoen euro voor de overname van de Nederlandse NIBC-bank, die een sterke positie heeft in de spaar- en hypotheekmarkt. Deze overname past perfect in Bérards nieuwe strategie, waarbij sparen en hypotheken, dankzij de gestegen rentes, weer zeer winstgevende activiteiten zijn.
In 2015 bracht de Nederlandse overheid ABN Amro terug naar de beurs na de nationalisatie tijdens de bankencrisis. Onlangs verlaagde de overheid haar belang in ABN Amro van 30 procent naar 20 procent. Sindsdien zijn er speculaties over een mogelijke overname van de bank.
