De recente conflicten in Iran en de blokkade van de Straat van Hormuz hebben een aanzienlijke impact gehad op de prijs van kerosine, de voornaamste brandstof voor vliegtuigen. In slechts enkele weken tijd is de prijs per vat meer dan verdubbeld, van ongeveer 85-90 dollar in februari tot meer dan 200 dollar nu. Deze stijging heeft onvermijdelijk gevolgen voor de luchtvaartindustrie, maar dit wordt niet rechtstreeks doorberekend in de ticketprijzen. Volgens Wouter Dewulf, professor in transportluchtvaarteconomie aan de Antwerp Management School, leidt een verdubbeling van de brandstofprijs tot een kostenstijging van ongeveer 13 procent voor een luchtvaartmaatschappij. Sommige luchtvaartmaatschappijen, waaronder de Nederlandse KLM, hebben al aangekondigd vluchten te annuleren als reactie op de stijgende kerosineprijzen en mogelijke brandstoftekorten.
Hoewel brandstof een aanzienlijk deel uitmaakt van de kosten van een luchtvaartmaatschappij, wordt de prijs van een vliegticket door veel meer factoren bepaald. Naast kerosine zijn er ook kosten verbonden aan het vliegtuig zelf, onderhoud, luchthavenkosten, grondafhandeling, distributie en belastingen. Zo kan bijvoorbeeld een enkele reis met Brussels Airlines naar Barcelona 134,11 euro kosten, waarvan ongeveer 80 euro naar het daadwerkelijke vliegverkeer gaat. De rest bestaat uit belastingen en toeslagen, waaronder een internationale toeslag die helpt om onbeheersbare kosten en uitgaven te compenseren. Deze toeslagen kunnen variëren afhankelijk van de bestemming of tariefklasse en de concurrentie.
Luchtvaartmaatschappijen hanteren dynamische prijzen, wat betekent dat de prijs van een ticket kan variëren op basis van factoren zoals de vertrekdatum en de vraag. Dit kan ertoe leiden dat de prijs van een ticket van de ene op de andere dag aanzienlijk verandert, zelfs als de onderliggende kosten nauwelijks verschuiven. Desondanks worden stijgende kosten wel degelijk doorberekend in de ticketprijs.
Luchtvaartmaatschappijen werken vaak met smalle marges, wat betekent dat ze een tijdelijke kostenstijging weliswaar kunnen opvangen, maar als deze stijging aanhoudt, is het moeilijk om deze niet door te berekenen aan de klant. Daar komt bij dat er operationele extra kosten kunnen ontstaan, zoals langere vluchtroutes, waardoor het brandstofverbruik en dus ook de kosten toenemen. Bovendien reageren prijzen vaak asymmetrisch op schokken: ze stijgen snel, maar dalen meestal trager.
Hoewel veel luchtvaartmaatschappijen een deel van hun brandstofbehoefte hebben afgedekt, wat betekent dat ze brandstof gebruiken die eerder tegen lagere prijzen is ingekocht, is dit slechts een tijdelijke oplossing. Zodra deze afdekkingen aflopen, worden de hogere prijzen alsnog doorberekend. Volgens Dewulf is hedging vooral een manier om tijd te kopen en zich te beschermen tegen prijsschommelingen, maar het maakt de schok niet ongedaan.
