Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBp), het hoogste bestuursrechtelijke college, heeft geoordeeld dat De Nederlandse Bank (DNB) in 2020 en 2021 onrechtmatig handelde door de kosten voor onder andere registratieaanvragen collectief door te rekenen aan alle cryptobedrijven. Volgens het CBp hadden deze kosten uitsluitend toegerekend mogen worden aan de betreffende partijen.
Hoewel de betwiste bedragen relatief klein zijn, heeft de uitspraak een principieel karakter. De rechter bevestigde dat DNB de toezichtkosten niet collectief mocht doorberekenen, aangezien cryptobedrijven formeel alleen een registratieverplichting hebben en geen volledige vergunningsplicht.
Hiermee volgt de rechter de argumentatie van de sector, die al langer ontevreden is over de hoogte en verdeling van de toezichtkosten.
Een meer cruciale vraag wordt momenteel beoordeeld door het Hof van Justitie van de Europese Unie in Luxemburg. Deze vraag betreft de reikwijdte van het witwastoezicht van DNB in 2021.
Cryptobedrijven beweren dat ze in de praktijk te maken kregen met een vergunningsregime, inclusief uitgebreide controles van klanten en bedrijven, terwijl de Europese richtlijn alleen een registratieplicht voorschrijft. Als het Hof deze redenering volgt, kan DNB mogelijk verplicht worden om miljoenen euro’s aan toezichtkosten over meerdere jaren terug te betalen.
De toezichtkosten hebben zich voor veel cryptobedrijven ontpopt als een zware last. In 2021 bedroegen de gezamenlijke kosten €1,7 miljoen, waardoor de rekening per bedrijf al snel meer dan honderdduizend euro bedroeg. Voor kleinere spelers bleek deze last onhoudbaar, met als gevolg dat zij de markt hebben verlaten. Het witwastoezicht is inmiddels overgedragen aan de Autoriteit Financiële Markten.
Wat was de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven over de toezichtkosten?
Het College oordeelde dat DNB de toezichtkosten niet collectief mocht doorberekenen aan alle cryptobedrijven, maar dat deze kosten alleen toegerekend hadden mogen worden aan de betreffende partijen.
Waar ligt nu het belangrijkste vraagstuk?
Het belangrijkste vraagstuk ligt nu bij het Hof van Justitie van de Europese Unie in Luxemburg. Zij beoordelen of het witwastoezicht van DNB in 2021 te verstrekkend was.
Wat kan het gevolg zijn als het Hof van Justitie de redenering van de cryptobedrijven volgt?
Als het Hof deze redenering volgt, kan DNB mogelijk verplicht worden om miljoenen euro’s aan toezichtkosten over meerdere jaren terug te betalen.
