Duizenden Belgen vullen hun uitkering aan met een flexi-job, waarvan de inkomsten belastingvrij zijn. Dit zijn voornamelijk mensen in een verlofregeling zoals tijdskrediet, maar er zijn ook 1.318 mensen die flexwerk combineren met een werkloosheids- of ziekte-uitkering.
Aan het einde van vorig jaar combineerden 8.137 Belgen een soort uitkering met een deeltijdse flexi-job. Dit is een stijging van 157 procent in vergelijking met 2017, volgens cijfers opgevraagd door Het Laatste Nieuws bij de overheidsinstellingen en ziektekostenverzekeraars. Het merendeel van deze mensen zijn Vlamingen, omdat flexwerk in Brussel en Wallonië nog niet wijdverspreid is.
De meeste mensen combineren een vorm van verlof met een flexi-job, zoals ouderschapsverlof of tijdskrediet. Ze vullen hun tijd buiten het verlof aan met een flexi-job. Door de fiscale voordelen van flexi-jobs, verdienen ze soms meer dan wanneer ze fulltime zouden werken.
Er zijn echter ook steeds meer werklozen of langdurig zieken die een flexi-job aannemen naast hun uitkering. Dit aantal is gestegen naar 1.318 mensen. Hiervan is ongeveer duizend werkloos en enkele honderden zijn (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt, volgens de ziektekostenverzekeraars en de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA).
Hoewel deze combinatie wettelijk is toegestaan, zijn er strikte voorwaarden verbonden aan het combineren van een werkloosheidsuitkering met een flexi-job. Zo moet je negen maanden voor je aanvraag minstens vier vijfde hebben gewerkt bij een andere werkgever.
Het systeem lijkt voordeel te bieden aan degenen die profiteren van de combinatie van uitkering en belastingvrije flexi-job. Echter, sommigen, zoals de professor sociaal-economisch beleid Ive Marx (UAntwerpen), menen dat het systeem zijn doel voorbij schiet en de overheidsinkomsten ondermijnt.
