Iets vreemds valt op als we de recente Gallup-enquête bekijken over de houding van Generatie Z (de cohort geboren tussen 1997 en 2012) ten aanzien van kunstmatige intelligentie (AI). Hoewel het gebruik van generatieve AI onder deze jongeren toeneemt — nu 51% wekelijks gebruikmaakt van dergelijke technologie, een stijging van 4% ten opzichte van vorig jaar — is de opwinding erover als sneeuw onder de zon verdwenen. Dit duidt op een complexe dynamiek waarbij enthousiasme en wantrouwen hand in hand gaan.
De enquête, uitgevoerd tussen 24 februari en 4 maart door de Walton Family Foundation, GSV Ventures en Gallup, onthult een dramatische afname van de positieve gevoelens over AI. De opwinding is met maar liefst 14 procentpunten gedaald naar 22%, en de hoop is met 9 procentpunten gedaald naar 18%. Tegelijkertijd is de frustratie gegroeid; 31% van de respondenten gaf aan boos te zijn over de ontwikkeling van AI. Dit zijn niet enkel schommelingen in opinies, maar significante veranderingen in de manier waarop deze generatie AI ervaart.
Een verontrustende trend onder de jongeren is het groeiende besef dat afhankelijkheid van AI niet zonder risico’s is. Acht op de tien Gen Z’ers vrezen dat het gebruik van AI om sneller werk te verzetten, hun leerproces in de toekomst zal bemoeilijken. Deze angst is niet ongegrond; eerdere studies hebben aangetoond dat een te grote afhankelijkheid van instrumenten zoals ChatGPT kan leiden tot uitstelgedrag en geheugenverlies. De associatie met cognitieve achteruitgang doet de alarmbellen afgaan, vooral in een tijd waarin we steeds meer naar technologie neigen om ons denken en leren te ondersteunen.
De zorgen beperken zich niet alleen tot cognitieve vaardigheden. Slechts 31% van de ondervraagden gelooft dat AI hen helpt nieuwe ideeën te genereren, een daling van 11 procentpunten. Evenmin hebben ze veel vertrouwen in de nauwkeurigheid van AI-gestuurde informatie — van 43% naar 37%. Dit staat in schril contrast met andere studies die aantonen dat generatieve AI de originaliteit kan ondermijnen, terwijl het individuele productievolume toeneemt.
De scepsis van Gen Z strekt zich ook uit tot de werkplek. Bijna de helft van de werkende jongeren (48%) gelooft dat de risico’s van AI de voordelen op de werkvloer overstijgen, een stijging van 11 procentpunten in slechts één jaar. Dit wantrouwen is te begrijpen als we kijken naar de razendsnelle veranderingen in de arbeidsmarkt; AI verdringt al snel veel witteboordenbanen. Dit kan leiden tot aanzienlijke zorgen en zelfs het heroverwegen van studiekeuzes. Een recente Gallup-studie wees uit dat 42% van de studenten hun studierichting heeft heroverwogen naar aanleiding van de opkomst van AI.
In de onderwijssector is het aantal scholen met AI-beleid nu opgelopen tot bijna drie kwart, een stijging van 23 procentpunten in één jaar. Desondanks heeft deze toename in regulering niet geleid tot meer vertrouwen. Integendeel, 41% van de studenten is van mening dat hun medeleerlingen AI gebruiken voor hun schoolwerk wanneer dat eigenlijk niet is toegestaan. Dit wijst op een groeiende bezorgdheid over academische integriteit.
Wat we hier zien, is een generatie die het nut van AI erkent, maar zich tegelijkertijd grote zorgen maakt over de impact ervan op leren, vertrouwen en voorbereid zijn op de carrière. De groeiende scepsis benadrukt de noodzaak voor een zorgvuldige integratie van deze technologieën in zowel het onderwijs als de werkplek. Toen Generation Z oorspronkelijk werd gezien als de belichaming van de digitale revolutie, blijkt nu dat ze AI vooral uit noodzaak gebruiken, met de angst dat deze ‘snelle oplossingen’ hen niet langer voorbereiden op de lange termijn.
Wat zijn de belangrijkste zorgen van Gen Z met betrekking tot AI?
Gen Z maakt zich vooral zorgen over de afname van cognitieve vaardigheden en de impact van AI op creativiteit. Bijna 80% gelooft dat het vertrouwen op AI hun leerproces kan bemoeilijken, met een groeiende scepsis over de betrouwbaarheid van AI-gegenereerde informatie.
Hoe kijkt Gen Z naar de invloed van AI op de werkplek?
Bijna de helft van de werkende Gen Z’ers is van mening dat de risico’s die AI met zich meebrengt, de voordelen op de werkvloer overstijgen. Veel van hen geven er de voorkeur aan menselijke interactie boven AI-gestuurd advies.
Wat kunnen onderwijsinstellingen doen om vertrouwen in AI te bevorderen?
Onderwijsinstellingen moeten zorgen voor een weloverwogen integratie van AI-tools, waarbij ethische richtlijnen en de ontwikkeling van kritische denkvaardigheden vooropstaan. Dit kan helpen om de groeiende scepsis te verminderen en studenten optimaal voor te bereiden op hun toekomstige carrière.
