De inkomensongelijkheid in België blijkt groter dan eerder aangenomen. Dit resultaat komt voort uit een studie van de Nationale Bank, die aantoont dat topinkomens vaak voortkomen uit kapitaalinkomsten, die lager belast zijn. Interessant is dat meerwaarden – een punt van discussie in het belastingdebat – niet zijn meegenomen in deze berekening.
Ondanks de toegenomen urgentie van onderzoek naar inkomens- en vermogensongelijkheid sinds de financiële crisis, brengt elke nieuwe publicatie een zekere mate van voorzichtigheid met zich mee. Deze voorzichtigheid is des te groter wanneer de conclusie luidt dat de ongelijkheid groter is dan eerder gedacht, wat in België een groeiende trend is.
Na academisch onderzoek dat in het najaar van 2024 al wees op een grotere en stijgende inkomensongelijkheid in België, heeft de Nationale Bank van België (NBB) dezelfde conclusie getrokken. Volgens nieuwe berekeningen is de Gini-coëfficiënt – een maatstaf voor de ongelijkheid van een land – niet 0,25, maar 0,3. Dit cijfer betreft het beschikbare inkomen na belastingen en sociale uitkeringen.
Vooral bij de 1% hoogste inkomens is een duidelijke scheefgroei zichtbaar. In deze groep domineren de kapitaalinkomsten (dividenden, rente), die doorgaans lager belast zijn dan inkomsten uit arbeid. Dit betekent ook dat het effectieve belastingtarief voor de top 1% – ongeveer 29% – lager is dan dat van veel Belgische gezinnen.
België loopt voorop in het gebruik van een nieuwe methode om inkomensongelijkheid gedetailleerder in kaart te brengen. Deze methode, gebaseerd op ‘distributieve nationale rekeningen’ (DNA), wordt steeds meer de norm. Hoewel andere Europese landen hier nog mee bezig zijn, heeft België zijn “huiswerk” al af en mag het zichzelf een ‘pionier’ noemen.
Opmerkelijk is dat meerwaarden op financiële activa, zoals aandelen, ontbreken in de berekening, zelfs als ze daadwerkelijk zijn gerealiseerd door bijvoorbeeld een bedrijf te verkopen. Dit komt door internationale statische afspraken, waarbij dergelijke meerwaarden niet als terugkerend inkomen worden beschouwd. Het inbegrip van meerwaarden zou naar verwachting de inkomensongelijkheid verder vergroten, aangezien vermogen – de bron van meerwaarden – geconcentreerd is bij de topinkomens.
Vraag: Waarom is de inkomensongelijkheid in België groter dan gedacht?
Antwoord: Volgens de Nationale Bank komt dit omdat topinkomens vaak voortkomen uit kapitaalinkomsten, die lager belast zijn dan inkomsten uit arbeid.
Vraag: Wat is de Gini-coëfficiënt en hoe heeft deze invloed op de inkomensongelijkheid?
Antwoord: De Gini-coëfficiënt is een maatstaf voor de ongelijkheid van een land. Volgens recente berekeningen van de Nationale Bank is deze coëfficiënt in België niet 0,25, maar 0,3.
Vraag: Hoe zou de inclusie van meerwaarden de inkomensongelijkheid beïnvloeden?
Antwoord: Het opnemen van meerwaarden in de berekening zou naar verwachting de inkomensongelijkheid verder vergroten, aangezien deze vaak geconcentreerd zijn bij de topinkomens.
