Uit recent onderzoek blijkt dat 49% van de Nederlanders in het afgelopen jaar een volledig netto maandloon of meer heeft uitgegeven aan vakanties en reizen. Een studie van RaboResearch, die 1.849 Nederlanders omvatte, onthulde dat de gemiddelde vakantie-uitgaven gelijk zijn aan 90% van een maandinkomen. Voor degenen die daadwerkelijk op reis gingen, was dit zelfs 1,1 keer hun netto maandloon.
Deze statistieken werpen een nieuw licht op het algemene idee dat Nederlanders hun vakantiegeld voornamelijk op hun spaarrekening parkeren. Hoewel het vakantiegeld en de vakantie-uitgaven niet noodzakelijk gelijktijdig plaatsvinden – mensen boeken en reizen immers het hele jaar door – blijkt uit de cijfers dat een aanzienlijk deel van de Nederlanders uiteindelijk toch hun vakantiegeld uitgeeft aan reizen.
Nic Vrieselaar, econoom bij de Rabobank, merkt op: “De resultaten tonen aan dat veel Nederlanders hun vakantiegeld – of een bedrag van vergelijkbare waarde – uiteindelijk toch aan vakanties besteden. Ze doen dit misschien niet direct na ontvangst van het geld, en zetten het mogelijk eerst op een spaarrekening of gebruiken het voor een dringendere uitgave.”
Ongeveer 83% van de Nederlanders ging het afgelopen jaar minstens één keer op vakantie, en bijna 71% deed dit twee keer of vaker. Vakantie is dus geen luxe, maar een vast onderdeel van het jaar voor de meeste Nederlanders. Zelfs van de mensen die precies rond kunnen komen, is 76% minstens één keer op vakantie geweest.
Het onderzoek vroeg ook wat respondenten zouden doen als hun vakantiebudget zou verdubbelen of halveren. Bij een verdubbeling zouden Nederlanders meestal kiezen voor vaker en langer op vakantie gaan. Als het budget halveert, kiezen ze eerder voor een goedkopere bestemming en minder vaak reizen. Dit suggereert dat Nederlanders eerder bezuinigen op de frequentie of bestemming dan op de kwaliteit van de reis zelf.
