Grote Nederlandse banken zoals Rabobank, ING en ABN AMRO zijn actief op zoek naar manieren om hun afhankelijkheid van grote Amerikaanse technologiebedrijven te verminderen. Dit wordt bevestigd door de banken zelf in een gesprek met de NOS. Ze werken hierbij samen met andere prominente Europese banken.
Deze banken maken nog steeds in grote mate gebruik van Amerikaanse technologie, zoals clouddiensten en AI-toepassingen. Volgens Stefaan Decraene, topman bij Rabobank, is deze afhankelijkheid een feit, aangezien de belangrijkste IT-partners van zijn bank in de Verenigde Staten gevestigd zijn.
Deze afhankelijkheid is een brede discussie in Europa. Zowel de Europese Commissie als verschillende toezichthouders, waaronder de Europese Centrale Bank, hebben hun zorgen geuit over de dominante positie van Amerikaanse technologiebedrijven.
Deze bezorgdheid is verder toegenomen sinds de toenmalige Amerikaanse president Trump in april dreigde met een wereldwijde handelsoorlog, ook tegen de Europese Unie. Geopolitieke incidenten, zoals recente uitspraken over Groenland, versterken de angst in Brussel dat technologische afhankelijkheid mogelijk als politiek drukmiddel kan worden gebruikt.
Hoewel er geen bewijs is dat Amerikaanse technologiereuzen daadwerkelijk een ‘uit-knop’ zouden gebruiken, erkennen de banken dat er een risico bestaat. Daarom werkt Rabobank, volgens Decraene, samen met andere partijen aan oplossingen. Hij benadrukt dat dit een gezamenlijke Europese inspanning moet zijn.
Decraene merkt op dat de huidige initiatieven voornamelijk uit de sector zelf komen, niet van de Europese toezichthouders. Het doel is om binnen Europa sterkere cloud- en data-infrastructuren te creëren, waardoor de technologische autonomie van het continent kan worden vergroot.
ING heeft tegenover de NOS ook bevestigd dat ze onderzoeken hoe ze minder afhankelijk kunnen worden van Amerikaanse aanbieders, voornamelijk op het gebied van cloudtechnologie. Topman Steven van Rijswijk gaf aan dat ING weliswaar een eigen cloudomgeving heeft, maar dat essentiële onderdelen daarvan nog steeds geleverd worden door Amerikaanse leveranciers.
Tot slot verwacht Decraene dat dit proces niet snel zal verlopen. Volgens hem zal het nog drie tot vijf jaar duren voordat Europa daadwerkelijk minder afhankelijk is van Amerikaanse technologie.
