Vanaf 2026 worden er belangrijke wijzigingen doorgevoerd in de financiële regelgeving. Deze veranderingen hebben invloed op de manier waarop spaarders en beleggers hun geld beheren. Laten we de meest prominente wijzigingen onder de loep nemen en ontdekken hoe u zich hier op kunt voorbereiden.
Eén van de belangrijkste wijzigingen in 2026 is de invoering van de meerwaardetaks. Vanaf 1 januari 2026 zal deze belasting van kracht zijn op de meerwaarde van de verkoop van financiële activa zoals aandelen, ETF’s, cryptomunten en beleggingsgoud.
Deze belasting bedraagt 10% van de winst die u maakt op deze activa. De eerste 10.000 euro winst die u in een jaar maakt, is echter vrijgesteld van deze belasting. Mocht u deze vrijstelling niet gebruiken, dan kunt u deze verhogen met 1.000 euro per jaar over een periode van vijf jaar, tot een maximum van 15.000 euro.
Het is belangrijk om te benadrukken dat u niet meteen al uw aandelen hoeft te verkopen om de belasting op de gerealiseerde meerwaarde te vermijden. De belasting wordt berekend op de meerwaarde die u in 2026 maakt ten opzichte van de slotkoersen van 2025.
Een tweede belangrijke wijziging is de verhoging van de taks op effectenrekeningen. Deze belasting wordt verhoogd van 0,15% naar 0,30%.
Deze belasting wordt geheven op effectenrekeningen waarvan de gemiddelde waarde meer dan 1 miljoen euro bedraagt, ongeacht of u een meerwaarde heeft gerealiseerd. Bovendien kan deze belasting ook van toepassing zijn als u belegt in tak23-beleggingsverzekeringen, zelfs als uw eigen effectenrekening minder dan een miljoen euro bedraagt.
Tot slot blijft de vrijstelling van roerende voorheffing voor gereglementeerde spaarrekeningen ongewijzigd. Het vrijgestelde bedrag van 1.020 euro dat in 2024 werd vastgesteld, blijft van kracht tot de inkomsten van 2030. Dit geldt ook voor het vrijgestelde bedrag voor langetermijnsparen, dat op 2.450 euro blijft staan.
