De overheid heeft besloten om de fiscale vrijstelling voor spaarrekeningen en de belastingkorting op langetermijnsparen op het niveau van 2024 te handhaven. De belastingkorting op pensioensparen zal echter pas vanaf volgend jaar worden bevroren.
Oorspronkelijk stond er voor dit jaar een roerende voorheffingsvrijstelling van 1.050 euro op de rente van spaarrekeningen. Dit bedrag zal echter tot en met 2030 teruggebracht worden naar de 1.020 euro zoals vastgesteld in 2024.
De bevriezing op het niveau van 2024 geldt ook voor de belastingkorting op langetermijnsparen. Dit bedrag blijft dus 2.450 euro, in plaats van de eerder gecommuniceerde 2.530 euro.
Voor de belastingkorting op pensioensparen wordt de bevriezing van de indexatie uitgesteld tot de uitgaven vanaf 2026. De bedragen van 1.050 euro (belastingkorting van 30%) en 1.350 euro (belastingkorting van 25%) blijven dus gehandhaafd voor het jaar 2025. Op deze manier wordt voorkomen dat pensioenspaarders die in 2025 al 1.050 euro hebben gespaard slechts in aanmerking zouden komen voor een belastingkorting van 25% in plaats van 30%. Voor pensioenspaarders die in 2025 al 1.350 euro hebben gespaard, zou een beperkt bedrag (maximaal 40 euro) moeten worden overgedragen naar het volgende jaar.
Wat betekent de bevriezing van de fiscale vrijstelling voor spaarrekeningen en de belastingkorting op langetermijnsparen?
Dit betekent dat de overheid de fiscale vrijstelling en belastingkorting op deze spaarvormen op het niveau van 2024 houdt, in plaats van ze te verhogen.
Wanneer wordt de belastingkorting op pensioensparen bevroren?
De bevriezing van de belastingkorting op pensioensparen gaat in vanaf het jaar 2026.
Wat is het effect van het handhaven van de belastingkorting op pensioensparen voor het jaar 2025?
Hierdoor kunnen pensioenspaarders die in 2025 al 1.050 euro of 1.350 euro hebben gespaard, blijven profiteren van respectievelijk een belastingkorting van 30% en 25%.
