Bijna duizend kleinere aandeelhouders die zich in 2008 verzetten tegen de verkoop van Fortis Bank aan BNP Paribas, een Franse financiële instelling, hebben geen succes gehad in de rechtbank. Ze eisten een schadevergoeding van meer dan 10 miljard euro.
De aandeelhouders werden vertegenwoordigd door advocaat Mischaël Modrikamen. Ze vroegen om een schadevergoeding voor de verkoop van Fortis aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) en vervolgens aan BNP Paribas. Modrikamen beschuldigde de betrokken partijen van misbruik van bedrijfsgoederen en schending van vertrouwen.
Desondanks heeft de Franstalige Ondernemingsrechtbank van Brussel de eisen onontvankelijk verklaard. De rechtbank oordeelde dat de aandeelhouders niet de autoriteit hadden om op te treden. Bovendien was in een ander deel van de zaak sprake van verjaring. Volgens de rechtbank kon alleen Ageas, als de wettelijke opvolger van Fortis, een schadevergoeding eisen. Echter, Ageas heeft dat niet gedaan.
Modrikamen uitte zijn teleurstelling dat de kern van de zaak niet werd onderzocht. Hij overweegt zijn cliënten te adviseren in beroep te gaan.
Wie zijn de klagers in deze rechtszaak?
Bijna duizend kleinere aandeelhouders van Fortis Bank die zich in 2008 verzetten tegen de verkoop van de bank aan BNP Paribas.
Wat was de eis van de aandeelhouders?
De aandeelhouders, vertegenwoordigd door advocaat Mischaël Modrikamen, eisten een schadevergoeding van meer dan 10 miljard euro voor de verkoop van Fortis aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) en vervolgens aan BNP Paribas.
Wat was de reactie van de rechtbank op deze eisen?
De Franstalige Ondernemingsrechtbank van Brussel verklaarde de eisen onontvankelijk. De rechtbank oordeelde dat de aandeelhouders niet de autoriteit hadden om op te treden en dat in een ander deel van de zaak sprake was van verjaring.
