Vanaf februari geldt er een rotatietarief voor gebruikers van de 550 publieke laadpalen van TotalEnergies in Gent. Wie meer dan vier uur zijn auto aan de laadpaal laat staan, betaalt vanaf het vijfde uur €3,60 per uur bovenop de reguliere laadkosten. Volgens het Gentse stadsbestuur is deze maatregel bedoeld om zogenaamde laadpaalklevers te ontmoedigen. De opbrengsten van de tarieven, die volledig naar de stad gaan, zullen tevens bijdragen aan de ondersteuning van de krappe Gentse begroting.
Een toenemend aantal lokale overheden en laadpaaloperatoren voeren soortgelijke tarieven in voor (semi)publieke laadpalen. Door de groeiende populariteit van elektrische auto’s neemt de druk op de laadinfrastructuur toe. Laadpaalklevers, bestuurders die laadpalen onnodig bezet houden, schaden niet alleen de winstgevendheid van de exploitanten, maar zorgen ook voor frustratie en oplaadstress bij andere bestuurders van elektrische voertuigen. Volgens Gent leidt efficiënter gebruik van laadpalen tot minder behoefte aan nieuwe laadpalen op openbaar terrein.
Er bestaan verschillende vormen van rotatietarieven. Soms worden extra kosten in rekening gebracht na een bepaalde tijd, ongeacht of de auto volledig is opgeladen of niet. Dit gebeurt in Gent na vier uur en in Genk zelfs al na anderhalf uur. Andere steden of laadpaaluitbaters rekenen extra kosten aan vanaf het moment dat de auto volledig is opgeladen. In Antwerpen geldt dit vanaf een half uur nadat de auto volledig is opgeladen, in Leuven vanaf een uur.
Een belangrijke vraag is of dit systeem daadwerkelijk bestuurders van elektrische auto’s afschrikt. In ons land bestaat het grootste deel van de elektrische vloot uit bedrijfswagens. Werkgevers vergoeden doorgaans de laadkosten, maar wat gebeurt er met eventuele rotatietarieven? Volgens Olivier Vanneste van consultant KPMG betalen werkgevers over het algemeen de volledige factuur, ongeacht of er extra kosten door laadpaalkleven worden gemaakt. De meeste bedrijven maken op dit moment geen onderscheid.
HR-dienstverlener SD Worx bevestigt deze bevindingen. Maar, zo stelt Veerle Michiels van het kenniscentrum van SD Worx, dat onderscheid is wel nodig. “Als werknemers extra kosten veroorzaken door langer dan nodig te blijven staan, zijn dat geen oplaadkosten meer”, zegt Michiels. “Het gaat dan om een boete. Het is aangewezen om deze kosten door te rekenen aan de werknemer, net zoals bij een verkeersovertreding. Anders is er geen stimulans voor bedrijfswagenbestuurders om deze kosten te vermijden en worden ze volledig aan de werkgever doorberekend. Dat is niet eerlijk.”
Experts adviseren werkgevers om de regeling op te nemen in hun car policy, die het beleid rond bedrijfswagens in een bedrijf vastlegt. “Veel werkgevers sluiten de laadkosten aan een snellader al uit van terugbetaling”, zegt Vanneste. “Omdat die veel duurder zijn dan normaal laden. Hetzelfde kan je doen voor de kleefkosten die de werknemer veroorzaakt.” Er zijn al innovatieve laadpassen die bepaalde kosten, zoals het rotatietarief, rechtstreeks doorrekenen aan de werknemer, terwijl het laadtarief zelf door de werkgever wordt betaald.
Het is echter belangrijk dat er een duidelijk onderscheid is tussen de werkelijke laadkosten en andere, bijkomende tarieven. Dit is momenteel niet altijd het geval. Maar ook daarvoor zijn er oplossingen. “Steeds meer laadpassen en operatoren maken wel een onderscheid tussen de verschillende tarieven”, zegt Vanneste. “Daarbij krijg je een gedetailleerd beeld van de eventuele opstartkosten, de laadkosten en een eventueel rotatietarief.” Michiels raadt werkgevers aan een redelijk en transparant beleid op te stellen om misbruik tegen te gaan. “Het moet in de car policy duidelijk zijn welke kosten vanaf wanneer worden doorberekend. Zo voorkom je discussies met je werknemers en worden zij zich meer bewust van het totale kostenplaatje.”
