Nederlandse consumenten besteden het grootste deel van hun vrijetijdsbudget aan vakanties en horecabezoeken, wat tevens de grootste bron van geluk is voor hen. Uit recent onderzoek van RaboResearch blijkt dat we niet alleen het meeste geld uitgeven aan wat we leuk vinden, maar dat deze uitgaven ook direct bijdragen aan ons welzijn.
Senior econoom Carlijn Prins en sectormanager Jos Klerx van Rabobank vroegen respondenten voor dit onderzoek hoe vaak zij negen verschillende betaalde vrijetijdsactiviteiten buitenshuis ondernemen, hoeveel ze per activiteit spenderen, en hoeveel geluk en ontspanning ze hieraan beleven.
Het percentage Nederlanders dat minstens één keer per jaar deelneemt aan een activiteit – de participatiegraad – is het hoogst bij uit eten gaan, waarbij 90% van de respondenten aangeeft het afgelopen jaar buitenshuis te hebben gegeten. Uit drinken (79%) en een lange vakantie of reis (77%) volgen op enige afstand.
De grootste uitgaven worden gedaan aan lange vakanties of reizen. Uit eten gaan staat op de tweede plaats, gevolgd door korte vakanties en uit drinken. Aan sport, concerten en festivals en attractieparken wordt gemiddeld genomen het minst uitgegeven.
Bij het meten van geluk en ontspanning staat vakantie ook bovenaan. Een reis van vijf dagen of langer levert de hoogste score op, gevolgd door uit eten gaan en een korte vakantie. Sport scoort gemiddeld het laagst van de negen activiteiten.
Er is een duidelijke tweedeling: 44% van de Nederlanders sportte het afgelopen jaar helemaal niet, terwijl 36% aangeeft wekelijks of vaker te sporten. Voor de laatste groep staat sporten juist op de tweede plaats in de geluksrangschikking, direct achter vakantie.
Jongvolwassenen tussen de 18 en 30 jaar nemen vaker deel aan alle negen activiteiten dan 67- tot 80-jarigen, en ervaren hierbij ook meer geluk en ontspanning. Dit patroon geldt voor elke onderzochte activiteit. Inkomen speelt ook een rol: hoe hoger het huishoudinkomen, hoe vaker activiteiten als uit eten en uit drinken worden ondernomen.
Het RaboResearch onderzoek toont aan dat inkomen wel invloed heeft op de frequentie, maar niet op de mate van geluk en ontspanning per activiteit. Mensen met een lager inkomen halen evenveel geluk uit een uitje als mensen met een hoog inkomen, ze doen het alleen minder vaak.
In het onderzoek geeft 82% van de respondenten aan zich goed te kunnen vermaken met activiteiten die niet veel geld kosten. Opmerkelijk is dat ouderen het hier vaker mee eens zijn dan jongeren: 87% van de 67- tot en met 80-jarigen, tegenover 76% van de 18- tot en met 30-jarigen. Ook scoren vrouwen hoger op deze stelling.
