Een recente studie, gepubliceerd in de Harvard Business Review, bevestigt iets wat velen al vermoedden: AI-tools verminderen het werk niet, ze intensiveren het. Dit resultaat, verkregen uit onderzoek aan de Universiteit van California, Berkeley en Yale, toont aan dat werknemers in een technologisch bedrijf de adoptie van AI-tools niet als een zegen zagen, maar eerder als een bron van extra druk.
Gedurende acht maanden werd de werkcultuur binnen een techbedrijf met ongeveer 200 medewerkers in kaart gebracht, waar AI-tools vrijwillig werden gebruikt door de werknemers. Opmerkelijke patronen van werkverzwaring kwamen naar voren, die de onderzoekers aanduidden als “workload creep” (toename van de werklast, vaak zonder dat de werknemer zich daar bewust van is). Dit fenomeen wijst op een groeiende belasting voor werknemers die zich voortdurend moeten aanpassen aan de nieuwe verwachtingen die AI met zich meebrengt.
Uit de studie blijkt dat de eerste verandering die zich voordeed, een uitbreiding van taken was. Productmanagers begonnen bijvoorbeeld code te schrijven en onderzoekers werden betrokken bij engineeringwerk. Roles die ooit duidelijk afgebakend waren, vervaagden naarmate werknemers taken op zich namen die eerdere generaties niet zouden hebben uitgevoerd. AI maakte deze verschuiving haalbaar, maar creëerde tegelijkertijd een cumulatieve druk op de werkvloer.
Zoals een deelnemer opmerkte: “Je zou kunnen denken dat je door AI-productiever te zijn, tijd kunt besparen en minder hoeft te werken. Maar in werkelijkheid werk je gewoon hetzelfde of zelfs meer.” Dit leidde tot een kettingreactie waarin engineers zich verplicht voelden om collega’s te helpen en corrigeren, terwijl zij zelf hun werk ook moesten zien te automatiseren. Wie een deel van zijn werk automatiseerde, gaf in feite extra werk aan anderen.
De tweede ontwikkeling was het vervagen van grenzen. Door de gebruiksvriendelijke interfaces van AI-tools voelde het starten van nieuwe taken minder ontmoedigend aan; er was geen ‘lege pagina-paralyse’ meer, en de leercurve was minder steil. Hierdoor begonnen werknemers “snelle laatste prompts” te versturen voordat ze hun werkplek verlieten, zodat AI de taken overnam terwijl ze afwezig waren. Velen maakten zelfs gebruik van AI tijdens hun vrije tijd, wat resulteerde in een opeenhoping van werkuren zonder voldoende pauzes.
Tegelijkertijd nam het multitasken enorm toe. De verwachting was dat werknemers meerdere werkstromen tegelijk zouden beheren, met de illusie dat AI taken op de achtergrond kon afhandelen. Waar voorheen productiviteitswinst werd geclaimd, resulteerde dit nu vaak in een constante wisseling van aandacht, met als gevolg langere takenlijsten en een verhoogde werklast.
Deze samenloop van factoren creëert een zelfversterkend systeem. AI vergemakkelijkt het werk, waarna medewerkers steeds meer van deze vereenvoudigde taken aannemen, wat hun afhankelijkheid van AI alleen maar vergroot. De waarschuwing van de onderzoekers is duidelijk: hoewel veel deelnemers aangaven productiever te zijn, voelden ze zich niet minder druk, en in sommige gevallen zelfs drukker dan voorheen. Dit leidt tot een vicieuze cirkel van burn-out en afnemende werktevredenheid.
In een recent onderzoek van DHR Global werden onder 1.500 corporate professionals schokkende cijfers gepresenteerd: maar liefst 83% van de ondervraagden gaf aan te lijden onder burn-out, met overweldigende werkdruk en lange werkdagen als voornaamste oorzaken. Een ander signaal is dat 77% van de werknemers die AI gebruiken, aanbrachten dat deze tools hun productiviteit hadden verlaagd en hun werklast verhoogd. Deze toenemende inschakeling van AI kan op korte termijn productief lijken, maar leidt ook tot cognitieve vermoeidheid en uiteindelijk tot personeelstekort, aangezien werknemers zich realiseren dat de hoeveelheid werk toeneemt terwijl zij bezig zijn met het uitproberen van tools zoals ChatGPT.
Onderzoekers pleiten voor een ‘AI-praktijk’: gestructureerde normen omtrent het gebruik van AI. Dit kan onder meer inhouden dat er voor belangrijke beslissingen momenten van reflectie moeten zijn, dat werk in een logische volgorde moet worden uitgevoerd om het aantal contextwisselingen te verminderen, en dat er tijd moet worden gereserveerd voor authentieke menselijke interactie. De onderzoekers wijst er op dat zonder deze praktijken de natuurlijke tendens van AI-ondersteund werk niet leidt tot vermindering, maar tot intensivering, met vergaande gevolgen voor burn-out en de kwaliteit van besluitvorming op lange termijn.
De data benadrukken ook een significante kloof op basis van senioriteit: terwijl 62% van de medewerkers op instapniveau en 61% van de junior medewerkers aangeeft burn-out te ervaren, ligt dit percentage bij C-suite-leiders op slechts 38%. Dit duidt op een bredere uitdaging voor organisaties in hun streven naar een duurzame werkcultuur in een tijdperk van toenemende technologische druk.
Wat is de invloed van AI op de productiviteit van werknemers?
AI-tools lijken in eerste instantie productiviteit te verhogen, maar uit recente studies blijkt dat ze vaak leiden tot een toename van de werkdruk en burn-out onder werknemers.
Hoe ervaren werknemers de implementatie van AI in hun dagelijkse werkzaamheden?
Veel werknemers geven aan dat de adoptie van AI hen niet minder druk maakt, integendeel, ze voelen zich vaak drukker dan voorheen doordat hun werkuitbreiding leidt tot een constante stroom van taken.
Wat kunnen bedrijven doen om de negatieve effecten van AI op werknemers te mitigeren?
Bedrijven kunnen een AI-praktijk implementeren die gestructureerde normen en pauzes omvat, om zo cognitieve vermoeidheid te verminderen en de werkdruk te verlichten.
