Belastingbetalers die te goeder trouw voor het eerst een fout maakten in hun belastingaangifte, zaten jarenlang in onzekerheid. In veel gevallen legde de belastingdienst automatisch een belastingverhoging van 10 procent op als de niet aangegeven of te laat aangegeven inkomsten meer dan 2.500 euro bedroegen, zelfs zonder duidelijke indicaties van kwade trouw. Het was aan de belastingbetaler om zijn goede trouw te bewijzen en de belastingverhoging aan te vechten, een uitdaging die zelden succesvol was.
Eind juli werd met een programmawet de bewijslast omgedraaid. Als de belastingdienst nu een belastingverhoging wil opleggen bij een eerste overtreding, moet zij eerst aantonen dat er sprake is van kwade trouw. Deze programmawet is van toepassing op alle aanslagen vanaf 29 juli 2025.
Een recent arrest van het Hof van Beroep in Gent heeft nu bepaald dat ook eerder opgelegde aanslagen aan dit principe moeten voldoen, mits ze nog in geschil zijn. Dit betreft aanslagen waarvoor een bezwaar is of nog kan worden ingediend, of aanslagen die voor de rechter worden betwist. Het Hof baseert zijn uitspraak op Europees recht: als administratieve sancties, zoals een belastingverhoging, worden verzacht, hebben deze volgens het Europees recht een terugwerkende kracht, wat voorrang heeft op het Belgisch recht.
Volgens advocaten kan dit arrest verstrekkende gevolgen hebben, omdat niet alleen de belastingverhoging kan worden vernietigd, maar mogelijk zelfs de volledige aanslag. Veel belastingbetalers waren gefrustreerd dat ze door een kleine fout in de aangifte belast werden op hun winsten, zonder dat ze verliezen uit het verleden konden compenseren.
