In de zoektocht naar manieren om 10 miljard euro te vinden, overweegt premier Bart De Wever (N-VA) een indexsprong. Hoewel dit voornamelijk bedoeld is om de concurrentiepositie van bedrijven te versterken, kan het ook besparingen voor de overheid opleveren. De regering-Michel heeft in 2015 al een indexsprong uitgevoerd.
Een indexsprong kan in eerste instantie worden gezien als het overslaan van een automatische loonindexering, maar zo werkt het niet in de praktijk. Dit zou namelijk leiden tot een ongelijke behandeling van werknemers. Sommige werknemers ontvangen jaarlijks een indexaanpassing in januari, terwijl anderen elk kwartaal of zelfs maandelijks een aanpassing krijgen. Het overslaan van één indexaanpassing zou voor de laatste groep veel voordeliger zijn dan voor de werknemers die een jaarlijkse aanpassing krijgen.
In plaats daarvan wordt er gewerkt met een vast percentage waarmee het loon niet wordt geïndexeerd. In 2015 werd bijvoorbeeld een indexsprong van 2 procent doorgevoerd. Dit betekende concreet dat uw loon pas opnieuw werd geïndexeerd wanneer het indexcijfer 2 procent hoger was.
Bij ambtenaren werkt het systeem anders. Daar worden de salarissen geïndexeerd als de spilindex – een grenswaarde van de gezondheidsindex – wordt overschreden. Als dit gebeurt, wordt er een vaste indexering van 2 procent toegepast op de salarissen van ambtenaren, drie maanden na de overschrijding.
Pensioenen worden op dezelfde manier geïndexeerd als de salarissen van de ambtenaren. Bij elke overschrijding van de spilindex geldt een indexering van 2 procent, die pas drie maanden later wordt toegepast. Een indexsprong van 2 procent zou betekenen dat deze indexering eenmalig niet wordt toegepast.
Doordat de lonen van ambtenaren, de pensioenen en de uitkeringen niet geïndexeerd worden, kan een indexsprong de overheid een besparing opleveren. Voor bedrijven is een indexsprong goed nieuws, omdat het hun concurrentiepositie kan verbeteren.
Critici van de maatregel wijzen er echter op dat een indexsprong ook een negatieve impact kan hebben op de overheidsinkomsten, omdat de bedrijfsvoorheffing op (hogere) lonen van werknemers niet meestijgt. Het grootste tegenargument is dat een indexsprong de koopkracht aantast en daardoor een negatieve impact kan hebben op de economie. Bovendien kan de cumulatieve impact van een sprong aanzienlijk zijn. Uit politieke reacties blijkt dat weinig coalitiepartners een indexsprong steunen.
