Digitale banken worden vaak als minder betrouwbaar beschouwd dan de traditionele grootbanken, een overtuiging die sommige mensen ervan weerhoudt om de overstap te maken. Maar is deze bewering wel gegrond?
De Belgische markt wordt voornamelijk gedomineerd door vier grootbanken: BNP Paribas Fortis, KBC, Belfius en ING. Daarnaast zijn er ook kleinere uitdagers en puur digitale banken zoals bunq, N26 en Revolut. Laten we eens kijken naar vijf veelvoorkomende misvattingen over deze zogenaamde ‘neobanken’.
Het idee dat je geld minder veilig is bij een bank die uitsluitend online opereert, is een veelgehoord vooroordeel. Echter, de veiligheid van je geld hangt af van of de bank valt onder het Europese depositogarantiestelsel. Als dit het geval is, is je geld tot €100.000 per persoon, per bank, beschermd.
Zowel traditionele banken als neobanken moeten aan strenge wettelijke eisen voldoen en een officiële vergunning hebben om te mogen opereren. Ze staan ook onder toezicht van het Europese land waar ze hun banklicentie hebben.
Omdat digitale banken geen fysieke vestigingen hebben, hebben ze ook minder kosten. Dit kan zich vertalen in lagere tarieven voor de klant. Bijvoorbeeld, bij Revolut betaal je soms maar 0,3% kosten bij het wisselen van valuta met je creditcard, terwijl dit bij een traditionele bank al snel 2% of meer kan kosten.
Het is waar dat je bij een traditionele bank meer begeleiding en persoonlijk contact kunt verwachten. Maar hoewel fysiek contact bij digitale banken niet mogelijk is, kan hun reactiesnelheid korter zijn dankzij automatisering.
Het assortiment van een neobank kan beperkter zijn dan dat van een traditionele bank. Bijvoorbeeld, bij Revolut kun je momenteel nog geen woonkredieten afsluiten. Traditionele banken bieden doorgaans een uitgebreid scala aan financiële diensten aan.
Het is waar dat neobanken volledig digitaal zijn en dus voornamelijk geschikt voor mensen die comfortabel zijn met het gebruik van apps en smartphones.
