De recente voorstellen van de Europese Commissie voor een alomvattend verbod op cryptocurrency-transacties met Rusland markeren een significante verschuiving in de strategie om de Russische economie te raken. Dit gaat verder dan alleen het identificeren van kwaadwillende spelers; het richt zich nu op het blokkeren van de infrastructuur zelf die gebruikt wordt voor crypto-transacties. De vraag die rijst, is of de EU in staat zal zijn om de kosten voor het omzeilen van deze sancties voldoende te verhogen door cruciale knelpunten aan te pakken, zoals gereguleerde beurzen, stablecoin-uitgevers en financiële tussenpersonen uit derde landen.
Dit voorstel komt op een moment dat uit handhavingsgegevens al duidelijk blijkt dat er een verschuiving in de activiteit plaatsvindt. Tussen 2024 en 2025 zullen stromen naar en van gesanctioneerde entiteiten via gecentraliseerde beurzen dalen naarmate de samenwerking met EU-sancties toeneemt; wallets worden bevroren en opnames van Rusland-gerelateerde adressen worden geblokkeerd. Dit verhoogt de frictiekosten van het omzeilen aanzienlijk.
Een goed voorbeeld hiervan is de situatie rond Garantex, die aantoont dat dergelijke mechanismen tactisch effectief zijn, mits ze goed worden uitgevoerd. Hier komt de rol van derde landen in beeld: als Russische entiteiten in staat zijn om geld op te nemen via beurzen in jurisdicties die EU-sancties niet handhaven, zal de impact van het verbod op de totale activiteit minimaal zijn. Ondanks het expliciete focus van de Commissie op deze tussenpersonen, blijft de uitvoering een grote uitdaging. De EU heeft namelijk geen directe handhavingsmacht over niet-EU-entiteiten en is daardoor afhankelijk van secundaire sancties, diplomatiek druk of toegangseisen tot de Europese financiële markten.
De werkelijke impact van een dergelijk verbod is sterk afhankelijk van het handhavingsscenario. In het eerste scenario, strikt op naleving gericht, zullen EU-gereguleerde crypto-asset serviceproviders zich aan het verbod houden, maar offshore routes en niet-KYC (Know Your Customer) locaties blijven toegankelijk. Dit kan leiden tot een afname van het verkeer via EU-platformen van 20% tot 40%, maar 60% tot 80% van de verplaatsingen kunnen opnieuw opduiken via niet-EU-platforms en gedecentraliseerde beurzen. Hierdoor blijft de totale activiteit nauwelijks veranderen en verliest de EU zicht en invloed.
In een tweede scenario, waarin er sprake is van een knelpuntdruk, coördineert de EU met stablecoin-uitgevers en richt men zich op derde landen door middel van secundaire sancties en toegangseisen. De EU-stromen zouden dan met 50% tot 75% kunnen dalen, met stijgende kosten voor omzeiling. Dit leidt tot een hogere frictie en een premium voor Rusland op het gebied van tegenpartijrisico.
Het derde scenario betreft symbolische handhaving, waarbij een gebrek aan unanimiteit leidt tot een ongelijkmatige supervisie. In dit geval kan de afname van de activiteit via EU-platformen variëren van 0% tot 20%. Hierbij pas de omzeiling zich sneller aan dan de handhaving zelf, en wordt het verbod een diplomatiek signaal zonder operationele impact.
Het finale juridische document dat het verbod definieert, is cruciaal. Indien de definitie van “transacties” beperkt is tot directe overmakingen tussen EU-entiteiten en Rusland-gerelateerde adressen, wordt het makkelijker om via tussenpersonen te omzeilen. Mocht de reikwijdte echter breder zijn en alle EU-personen die Rusland-gerelateerde crypto-activiteiten faciliteren omvatten, dan vergroot dit de handhaving- en impactuitdagingen.
De samenwerking met stablecoin-uitgevers speelt ook een vitale rol; als zoals Tether en Circle deze samenwerking voornamelijk als een kostenpost beschouwen, zal de handhaving falen. Echter, zodra ze walletblokkades en het weigeren van opnames zien als noodzakelijke reputatie- en regelgevingsmaatregelen, wordt de infrastructuur aanzienlijk moeilijker te gebruiken.
Druk op derde landen is van groot belang voor het beheersen van verplaatsingen. Als Rusland zonder problemen kan cashen via beurzen in de VAE, Turkije of Centraal-Azië, zullen de EU-sancties de stromen slechts omleiden. Toch, als de EU in staat is om secundaire sancties of toegangseisen op te leggen die derde-land banken en CASP’s dwingen te kiezen tussen toegang tot de EU-markten of zaken met Rusland, zullen de omzeilingskosten aanzienlijk stijgen.
De EU kan de Russische crypto-routes duurder en minder toegankelijk maken. EU-gereguleerde beurzen en custodians zullen hun deuren sluiten voor Rusland-gerelateerde stromen, en de compliance-basis zal strenger worden. Maar, tenzij de EU de controle over stablecoin-uitgevers kan waarborgen, kan samenwerken met derde-landregulators, en consistente supervisie kan handhaven op haar eigen CASP’s, zal het verbod meer verschijnen als een omleidingsopdracht dan als een definitieve afsluiting.
Rusland zal nog steeds crypto gebruiken voor grensoverschrijdende handel en om sancties te omzeilen, maar dit zal plaatsvinden via kanalen die de EU niet kan volgen, en tegen kosten die Rusland al bereid is te dragen.
Wat is de kern van het nieuwe sanctiepakket van de EU tegen Rusland?
Het nieuwe sanctiepakket beoogt een alomvattend verbod op cryptocurrency-transacties met Rusland, en richt zich niet alleen op kwaadwillende actoren maar ook op de onderliggende infrastructuur die deze transacties mogelijk maakt.
Hoe affecteert dit de crypto-activiteit tussen de EU en Rusland?
De impact is afhankelijk van de handhaving van het verbod. De activiteit kan dalen via EU-platforms, maar het risico bestaat dat veel transacties eenvoudig via alternatieve, niet-EU kanalen blijven plaatsvinden.
Welke rol spelen stablecoins in deze sancties?
Stablecoins zijn cruciaal omdat zij kunnen functioneren als een brug voor transacties. De samenwerking van stablecoin-uitgevers in relatie tot sancties zal een directe invloed hebben op de effectiviteit van het verbod en de kosten van omzeiling.
