ING België heeft een overeenkomst gesloten met het parket van Brussel in een witwaszaak gerelateerd aan een lopend onderzoek naar voormalig Eurocommissaris Didier Reynders. Door een betaling van €1,6 miljoen kan de bank verdere vervolging ontlopen.
Het onderzoek naar ING concentreerde zich op verdachte transacties die plaatsvonden tussen 2001 en 2017 op de rekeningen van Reynders bij de bank. Meer dan tweehonderd contante stortingen ter waarde van in totaal ruim €836.000 werden gevolgd door een periode waarin Reynders ongeveer €200.000 aan online loterijtickets kocht en de winsten op zijn ING-rekeningen deponeerde.
ING België heeft geen van deze transacties gemeld bij de Belgische financiële toezichthouder CFI, wat het hoofdverwijt vormt. Belgische banken zijn namelijk wettelijk verplicht om verdachte transacties te signaleren en te melden.
De Nationale Bank van België deed in 2025 aangifte tegen ING België, met de beschuldiging van mogelijke medeplichtigheid aan witwassen. Hierop volgde een onderzoek door het parket, dat de bevindingen van de centrale bank bevestigde. Door de schikking is verdere vervolging van de bank van de baan, hoewel er nog een apart onderzoek loopt naar twee voormalige medewerkers.
ING België gaf aan dat ze met de schikking ‘een hoofdstuk uit het verleden’ wil afsluiten en benadrukt dat de interne aanpak sindsdien drastisch is vernieuwd. Het onderzoek naar Reynders zelf loopt nog.
De voormalige Eurocommissaris voor Justitie, die die functie bekleedde van 2019 tot eind 2024, werd in november 2025 officieel verdacht van witwassen. Voor die tijd genoot hij als EU-commissaris juridische bescherming, wat het starten van een onderzoek bemoeilijkte.
Dit is niet de eerste keer dat ING een schikking treft in een witwaszaak: in 2018 betaalde de bank €775 miljoen aan het Nederlandse Openbaar Ministerie in een vergelijkbare zaak.
