De recente opmerkingen van Jake Chervinsky, chief legal officer van Variant Fund, brengen een belangrijk thema in de crypto-wereld naar voren: de vraag naar de waarde van gedecentraliseerde publieke blockchains versus gecentraliseerde, bedrijfsbestuurde layer-1 (L1) netwerken. Chervinsky stelt dat, ongeacht de opkomst van deze nieuwe bedrijfsnetwerken, de gedecentraliseerde publieke blockchains de standaard blijven voor productontwikkeling. Dit standpunt is van groot belang in een tijd waarin ondernemingen zoals Circle en Stripe hun eigen L1-netwerken introduceren, zoals respectievelijk Arceeee en Tempo, gericht op specifieke productbehoeften.
Chervinsky wijst erop dat de Amerikaanse toezichthouders nooit om vergunningen voor validatorensets of ingebouwde compliance-tools hebben gevraagd. Dit is een cruciaal inzicht; het suggereert dat veel van de nieuwe bedrijfs-L1’s, die gecreëerd worden uit bezorgdheid over compliance, wellicht overbodig of zelfs contraproductief zijn. Zijn boodschap is helder: als een bedrijf een sterke commerciële reden heeft om een product-specifieke L1 te bouwen, dan is dat te prijzen. Maar wanneer de motivatie voornamelijk bestaat uit vage angsten voor regulatoire complicaties, dan blijft de gedecentraliseerde publieke blockchain voorlopig de meest legitieme optie.
In tegenstelling tot Chervinsky’s standpunt pleit venture capitalist Revaz Shmertz voor het idee dat de opkomst van bedrijfs-L1’s een vorm van regulatoire arbitrage is. Volgens hem proberen bedrijven met deze netwerken een situatie te creëren die hen in staat stelt om aan compliance-eisen te voldoen, zonder daadwerkelijk het protocol-niveau van neutraliteit te bewerkstelligen. Door vooraf te voldoen aan deze eisen, vermijden zij de noodzaak om te pleiten voor crypto-vriendelijke wetgeving en vergroten zij hun controle over de blockchain-infrastructuur.
Shmertz beschrijft deze ontwikkeling als een ‘bifurcated adoption’, waarbij de compliant bedrijfsblockchains vooral voor institutionele toepassingen worden benut, terwijl neutrale protocollen zich richten op retail en DeFi-toepassingen. Dit creëert een gescheiden ecosysteem waarin regulatoire structuren bepalen wie de voordelen van blockchaintechnologie plukken. De mogelijkheid voor traditionele financiële instellingen om blockchainrails te bouwen met vertrouwde regulatoire kaders biedt hen aanzienlijke voordelen. Dit roept belangrijke vragen op over hoe institutionele acceptatie van blockchain zich zal ontwikkelen.
Recent heeft de DeFi Education Fund (DEF) een brief aan de Securities and Exchange Commission (SEC) gestuurd waarin vijf kernprincipes worden voorgesteld voor het creëren van een “token safe harbor” framework. Dit geldt als een pleidooi voor een technologie-onafhankelijke benadering die de risico’s van activiteiten adresseert, in plaats van rigide regels vast te stellen voor specifieke blockchainmodellen. De DEF pleit ervoor dat al reeds verspreide tokens, die bijdragen aan decentralisatie, in aanmerking komen voor deze veilige haven, ongeacht hun status bij de oprichting.
Het belang van deze principes ligt niet alleen in het beschermen van innovaties in DeFi, maar ook in het waarborgen van een sterk fundament voor een toekomst waarin decentralisatie niet kan worden opgeofferd voor beoogde, maar niet gevraagde, regulatoire voordelen. Het is een delicate balans tussen innovatie en compliance, en de uitkomst van deze ontwikkelingen zal een aanzienlijke impact hebben op de institutionele adoptie van blockchaintechnologie.
Waarom zijn gedecentraliseerde publieke blockchains nog steeds de standaard?
Gedecentraliseerde publieke blockchains bieden een neutrale basis zonder bedrijfsinvloeden, wat essentieel is voor transparantie en veiligheid. Ze zijn de hoeksteen voor vertrouwen in de crypto-ecosystemen, terwijl bedrijfs-L1’s zich vaak richten op compliance-voordelen die niet altijd de bredere gemeenschap ten goede komen.
Wat houdt regulatoire arbitrage in bij bedrijfs-L1’s?
Regulatoire arbitrage verwijst naar het streven van bedrijven om regelgeving te omzeilen door blockchain-infrastructuren te creëren die compliant zijn met bestaande eisen, waardoor zij profiteren van voordelen zonder de druk van daadwerkelijke decentralisatie of neutraliteit.
Wat zijn de implicaties van de kernprincipes door de DEF voor investeerders?
De kernprincipes voor een veilige haven zijn bedoeld om innovatie in DeFi te stimuleren en te beschermen, wat kan resulteren in meer ruimte voor investeringen in gedecentraliseerde projecten. Hierdoor kunnen investeerders profiteren van een robuuster ecosysteem dat niet wordt verlamd door overmatige regulering.
