Stichting Massaschade & Consument (SMC) heeft nieuw bewijs voorgelegd aan het gerechtshof in Amsterdam in de collectieve rechtszaak tegen ABN AMRO. De stichting verlangt dat de bank kleine ondernemers vergoedt voor de overmaat aan rente die ze jarenlang hebben betaald op hun zakelijke leningen.
De rechtszaak betreft het OndernemersKrediet, een doorlopende zakelijke lening tot maximaal €125.000 die de bank tussen 2003 en 2021 aan kleine ondernemers aanbood. Volgens de voorwaarden van het krediet had de rente variabel moeten zijn en moeten fluctueren met de marktrente. Echter, volgens de SMC, veranderde de rente alleen wanneer deze verhoogd werd.
Na de kredietcrisis van 2008 daalden de marktrentes drastisch, tot nul of zelfs negatief. Desondanks bleef de rente op deze leningen op een hoog niveau. Hierdoor betaalden ondernemers jarenlang een te hoge rente.
Volgens een onafhankelijk deskundigenonderzoek heeft ABN AMRO tussen 2008 en 2021 een rente van ongeveer 10,5% gehanteerd op het OndernemersKrediet. Tijdens deze periode daalden de belangrijke referentierentes aanzienlijk. De SMC beweert dat de winstmarge van de bank daardoor steeg van gemiddeld 5,8% naar ongeveer 10%.
SMC beweert dat ABN AMRO de rente kunstmatig hoog heeft gehouden, wat onrechtmatig is tegenover de kleine ondernemers.
Een eerdere uitspraak door een lagere rechter stelde dat de individuele situaties van ondernemers te verschillend waren om in een collectieve procedure te behandelen. SMC betoogt echter met nieuw bewijs dat een gezamenlijke aanpak juist noodzakelijk is.
Volgens de stichting was het OndernemersKrediet een standaardproduct met uniforme voorwaarden waarover ondernemers niet konden onderhandelen. Daarnaast werden rentewijzigingen bijna altijd gelijktijdig doorgevoerd voor alle klanten. Dit maakt de kern van de klacht universeel.
Enkele jaren geleden was de bankensector al in opspraak door een vergelijkbaar geschil over consumentenkrediet. In 2021 oordeelde het Kifid dat een klant te veel rente had betaald over een doorlopend krediet met variabele rente. Ook in deze zaak was ABN AMRO de belangrijkste partij en bleek dat de variabele rente niet was verlaagd toen de marktrentes daalden.
Onder druk van de Autoriteit Financiële Markten zijn veel kredietverleners gestopt met het aanbieden van doorlopende kredieten of hebben zij de voorwaarden aangepast. Banken moesten ook de getroffen klanten compenseren. Voor ABN AMRO liepen de kosten op tot ongeveer €460 miljoen.
