Ripple heeft de Amerikaanse Securities and Exchange Commission (SEC) aangespoord om duidelijkere richtlijnen vast te stellen voor de bepaling wanneer een digitaal activum niet langer als een investeringsovereenkomst kan worden beschouwd.
De onderneming heeft op 27 mei een uitgebreide brief ingediend bij de Crypto Assets and Cyber Unit van de SEC, waarin zij ingaat op een vraag die werd opgeworpen door Commissaris Hester Peirce tijdens haar “New Paradigm”-toespraak.
In de brief betoogde Ripple dat de meeste verhandelbare digitale activa op secundaire markten niet als effecten moeten worden aangemerkt. Het verwees naar juridisch onderzoek dat suggereert dat deze tokens ontbreken aan de voortdurende verplichtingen tussen emittenten en kopers, die typisch zijn voor investeringscontracten.
Bovendien verwees het bedrijf naar de rechtszaak in 2023, die concludeerde dat XRP op de secundaire markt geen effect was. Echter, sommige eerdere institutionele verkopen werden wel als investeringscontracten beschouwd.
Om toekomstige regelgeving te begeleiden, stelde Ripple een praktisch kader voor. Een token zou alleen onder de effectenwetgeving moeten vallen als de uitgever noch materiële beloften heeft waargemaakt of als tokenhouders nog afdwingbare rechten hebben tegenover de uitgever.
Deze materiële beloften kunnen onder andere verplichtingen omvatten om een functionerend netwerk te leveren of financiële opbrengsten te bieden. Ripple betoogde dat regulatoire toezicht op basis van de effectenwetgeving overbodig wordt zonder deze elementen.
De onderneming merkte op:
“Wij begrijpen de bezorgdheid van de SEC dat de huidige staat van de wet slechte spelers in staat kan stellen om aan verantwoording te ontkomen, of dat goedbedoelende partijen mogelijk geld werven in transacties die lijken op traditionele effectenaanbiedingen zonder bijbehorende toezicht. Als er echter een lacune in de wet is, is het aan het Congres — niet de SEC — om deze te vullen.”
Ripple drong er ook op aan dat de SEC minder moet leunen op “decentralisatie” als een belangrijk reguleringscriteria. Het bedrijf beschreef de term als vaag en inconsistent binnen juridische, technische en beleidsmatige discussies.
In plaats daarvan stelde de onderneming voor om “netwerkvolwassenheid” te gebruiken als een meetbaar en objectief alternatief.
Conform het voorstel van Ripple zou een digitaal activum de classificatie als effect kunnen vermijden indien het aan drie criteria voldoet: een significante marktwaarde, opereren op een openbaar en permissionless netwerk gedurende een bepaalde periode, en de afwezigheid van unilaterale controle door een individu of groep over de kernfuncties van het netwerk.
Ripple betoogde dat activa die aan deze criteria voldoen, al zijn geïntegreerd in het bredere financiële systeem. Volgens het bedrijf worden veel van deze activa verhandeld in diepe, liquide markten en vormen ze de basis voor gereguleerde beleggingsproducten zoals ETF’s en futures.
De onderneming concludeerde:
“Het zou ongepast zijn om nieuwe verplichtingen op te leggen op basis van de effectenwetgeving — zoals registratie of openbaarmaking — aan tokens en netwerken die gedurende een aanzienlijke tijd openlijk, transparant en permissionless in brede liquide markten hebben gefunctioneerd.”
Wat is de kern van Ripple’s voorstel aan de SEC?
Ripple stelt voor dat digitale activa slechts als effecten worden beschouwd wanneer de emittenten hun materiële beloften niet zijn nagekomen of wanneer tokenhouders afdwingbare rechten hebben. Dit zou helpen om onnodige regulatie te vermijden voor activa die al functioneren in ruime markten.
Waarom pleit Ripple voor ‘netwerkvolwassenheid’ in plaats van ‘decentralisatie’?
Ripple beschouwt ‘decentralisatie’ als een vaag begrip dat inconsistent is in zijn toepassing. Ze stellen voor dat ‘netwerkvolwassenheid’ een strenger en objectiever criterium moet zijn om te bepalen of een digitaal activum als effect moet worden geclassificeerd.
Wat zijn de implicaties van de 2023-rechtszaak voor XRP?
De rechtszaak bevestigde dat XRP niet als effect wordt beschouwd op de secundaire markt, hoewel bepaalde vroege verkopen wel als investeringscontracten zijn gekwalificeerd. Dit kan belangrijke gevolgen hebben voor de regulering van andere digitale activa.
