Sinds kort is een nieuwe regelgeving van kracht die de pensioenopbouw beïnvloedt voor mensen die werkloos zijn, in een Stelsel van Werkloosheid met Toeslag (SWT, vroeger bekend als brugpensioen) zitten, of gebruik maken van bepaalde landingsbanen. Deze nieuwe maatregel verandert de wijze waarop het pensioen wordt berekend: niet meer op basis van het laatst verdiende salaris, maar op basis van een beperkt fictief loon.
Eerder was het mogelijk dat iemand gedurende een periode van werkloosheid meer pensioen kon opbouwen dan iemand die bleef werken. De regering wil hier verandering in brengen en deze ongelijkheid aanpakken. De maatregel, die al sinds vorig jaar bekend was, is van toepassing op pensioenen die ingaan vanaf 1 januari 2027 en werd vorige maand gepubliceerd in het Staatsblad.
De ongelijkheid kon ontstaan omdat bij werkloosheid het pensioen niet werd berekend op de daadwerkelijke werkloosheidsuitkering die de werkloze persoon ontving, maar op basis van het laatste salaris dat hij of zij verdiende bij de laatste werkgever. Hierdoor kon iemand die werkte tegen een lager salaris minder pensioen opbouwen dan een werkloze wiens laatste salaris hoger was.
In het regeerakkoord besloot de regering om enkele gelijkgestelde periodes zoals werkloosheid, SWT, pseudo-brugpensioen en landingsbanen niet meer gelijk te stellen met het laatste daadwerkelijke salaris, maar met een beperkt fictief loon. Dit refereert naar het minimum gewaarborgd loonplafond, dat momenteel 32.764 euro op jaarbasis bedraagt.
De nieuwe maatregel geldt niet voor tijdelijke werkloosheid of voor landingsbanen waarbij een aanvraag vóór 1 februari 2025 werd gedaan, of voor landingsbanen waarbij iemand zijn pensioen opneemt op de wettelijke pensioenleeftijd of later. Onder de nieuwe regelgeving zal het pensioenbedrag in verschillende situaties lager uitvallen. De impact zal echter wellicht beperkt blijven, omdat de regering ook heeft besloten om de werkloosheidsuitkeringen te beperken tot twee jaar.
Een relevante bijkomende maatregel die nog in de maak is voor (langdurig) werklozen is de beperking van de periode dat werkloosheid (of andere gelijkgestelde perioden) kan bijdragen aan de berekening van het pensioen. Als iemands carrière voor meer dan 40 procent uit gelijkgestelde periodes bestaat, zullen deze gelijkgestelde periodes vanaf 2027 slechts voor 40 procent meetellen.
Wat is de belangrijkste verandering in de pensioenberekening?
De pensioenberekening wordt niet langer gebaseerd op het laatst verdiende salaris, maar op een beperkt fictief loon. Dit beïnvloedt vooral mensen die werkloos zijn, in een Stelsel van Werkloosheid met Toeslag (SWT) zitten, of gebruik maken van bepaalde landingsbanen.
Waarom is deze verandering doorgevoerd?
De verandering is doorgevoerd om een ongelijkheid aan te pakken waarbij iemand tijdens zijn werkloosheid meer pensioen kon opbouwen dan iemand die aan het werk was.
Voor wie geldt de nieuwe maatregel?
De maatregel is van toepassing op pensioenen die ingaan vanaf 1 januari 2027. Het geldt echter niet voor tijdelijke werkloosheid of voor landingsbanen waarbij een aanvraag vóór 1 februari 2025 werd gedaan, of waarbij iemand zijn pensioen opneemt op de wettelijke pensioenleeftijd of later.
