Van snacks en fastfood tot online games en kleding: jongeren vragen hun ouders steeds vaker om geld voor kleine uitgaven. Uit onderzoek van de online bank BUUT blijkt dat meer dan de helft van de ouders (54%) maandelijks extra geld overmaakt bovenop het reguliere zakgeld, meestal één tot drie keer per maand.
Bijna een derde van de ouders betaalt deze betaalverzoeken automatisch, zonder te vragen waar het geld precies voor bedoeld is. Hierdoor ontstaat een nieuwe, digitale vorm van zakgeld: minder zichtbaar, ongemerkt hoger dan verwacht en soms zelfs dubbel zo hoog als het oorspronkelijk overeengekomen bedrag. Volgens BUUT, een nieuwe online bank van ABN AMRO, leidt dit ertoe dat zowel ouders als jongeren ‘finanscheel’ worden.
BUUT heeft onderzocht hoe jongeren van 10-16 jaar en hun ouders met geld omgaan. De resultaten zijn herkenbaar maar ook confronterend. In een wereld waar geld steeds digitaler wordt, groeit de behoefte aan een nieuwe vorm van financiële opvoeding, niet alleen bij ouders, maar ook bij jongeren zelf.
Jongeren kiezen vaak impulsief voor een snack in de kantine, terwijl ze eigenlijk sparen voor een grotere aankoop, zoals een PlayStation. Deze impulsieve uitgaven zorgen ervoor dat ze weinig grip hebben op hun inkomsten en uitgaven.
Het onderzoek toont aan dat tieners vooral veel geld uitgeven aan snacks (62%), schoolspullen (34%), cadeaus (29%) en kleding (26%). Veel ouders herkennen de regelmatige betaalverzoeken voor bijvoorbeeld een McDonald’s maaltijd, een nieuwe trui of “noodgeld voor de laatste week van de maand”.
Hoewel ouders doorgaans een vast bedrag aan zakgeld geven, sturen jongeren regelmatig betaalverzoeken om dat bedrag aan te vullen. Een kwart van de ouders beschouwt deze betaalverzoeken inmiddels als een verlenging van het zakgeld, maar slechts 10% past het maandelijkse zakgeldbedrag daarop aan.
Ondanks dat 92% van de ouders hun kinderen bewust met geld leert omgaan, geeft meer dan de helft (54%) toe dat ze nog steeds extra geld geven via betaalverzoeken. Het is daarom belangrijk dat ouders het gesprek over geld blijven voeren, ook als ze geneigd zijn hun kind te helpen wanneer het financieel krap wordt.
