Het lijkt erop dat de financiële kennis van de Belg te wensen overlaat. Uit onderzoek van de ING Bank blijkt dat een kwart van de Belgen hooguit één van de vijf vragen over geld correct kan beantwoorden. Dit maakt hen kwetsbaarder voor oplichtingspraktijken.
Bij een test met vijf financiële vragen, kon 11% van de deelnemers geen enkele vraag correct beantwoorden. 14% beantwoordde slechts één vraag goed, terwijl 42% een score van 2 of 3 op 5 behaalde. 24% van de deelnemers scoorde 4 op 5, en slechts 9% beantwoordde alle vragen correct. De gemiddelde score was 2,6 op 5. Mannen, ouderen en hoogopgeleiden presteerden beter dan respectievelijk vrouwen, jongeren en laag- of gemiddeld opgeleiden.
Het onderzoek toonde ook het Dunning-Krugereffect aan: deelnemers met weinig kennis overschatten hun vaardigheden, terwijl deelnemers met veel kennis zichzelf juist onderschatten. 63% van de deelnemers die slecht scoorden, dachten dat ze het beter hadden gedaan. Aan de andere kant onderschatte 66% van de deelnemers die goed presteerden, hun prestaties. Jongeren tussen de 18 en 34 jaar overschatten hun financiële kennis vaker, terwijl ze in werkelijkheid minder goed scoorden dan oudere deelnemers.
Het valt op dat in Nederland en Duitsland aanzienlijk meer inwoners zijn met hoge financiële kennis (50% en 42% respectievelijk), vergeleken met slechts 33% in België die 4 of 5 op 5 scoren.
Financiële kennis heeft een aanzienlijke invloed op het dagelijkse leven en welzijn van de Belgen. Ondanks dat 65% van de respondenten aangeeft goed met geld om te kunnen gaan, blijven financiële zorgen een veelvoorkomend probleem. Bijna één op de vijf Belgen heeft het afgelopen jaar een financiële beslissing genomen waar hij of zij later spijt van heeft gehad. 22% werd slachtoffer van financiële fraude, een percentage dat oploopt tot een kwart onder mensen met weinig financiële kennis.
Er is ook een verband tussen financiële kennis en de hoeveelheid spaargeld. 57% van de Belgische gezinnen heeft een spaarbuffer van meer dan drie maanden netto gezinsinkomen. Bij gezinnen met lage of gemiddelde financiële kennis daalt dit percentage tot minder dan de helft, terwijl bijna driekwart van de gezinnen met hoge financiële kennis zo’n buffer heeft.
