De tegenbewijsregeling in box 3 is een onderwerp waar veel over gesproken wordt. In maart heeft de regering het wetsvoorstel voor deze regeling naar de Tweede Kamer gestuurd. Maar wat houdt dit precies in? De regeling is bedoeld om rechtsherstel te bieden als het daadwerkelijk behaalde rendement in box 3 lager is dan het fictieve rendement. Het wetsvoorstel beschrijft hoe dit in zijn werk moet gaan. De Eerste en Tweede Kamer zullen het voorstel nog voor de zomer behandelen.
Er wordt belegd via beleggingsfondsen. Dit kunnen fondsen zijn die enkel in aandelen of obligaties beleggen, maar ook combinaties hiervan, de zogenaamde mixfondsen. De beleggingen in deze fondsen vallen onder je box 3-vermogen. We lichten toe wat deze regeling voor jou betekent.
Het basisprincipe is dat je vermogen in box 3 belast wordt op basis van een fictief rendement. In 2025 is het fictieve rendement voor beleggingen in aandelen en obligaties, zoals in beleggingsfondsen, 5,88% van de waarde op 1 januari 2025. Een deel van jouw box 3-vermogen is vrijgesteld van belasting. Dit belastingvrije vermogen bedraagt voor 2025 €57.684, of €115.368 als je een fiscale partner hebt.
Met de tegenbewijsregeling mag je in box 3 het daadwerkelijke rendement gebruiken als dit lager is dan het fictieve rendement. Dit moet je dan wel kunnen bewijzen bij je belastingaangifte. Als je kiest voor het berekenen van je box 3-belasting op basis van het daadwerkelijke rendement, mag je geen rekening houden met het belastingvrije vermogen.
In het wetsvoorstel staat dat je daadwerkelijke rendement bestaat uit directe opbrengsten en vermogensgroei. Het maakt niet uit of de waardeveranderingen al zijn gerealiseerd.
Je directe opbrengsten bestaan uit uitgekeerde dividenden en rente. Accumulerende fondsen keren over het algemeen geen dividend en rente uit. In dat geval zijn deze in de koers verwerkt. Je hoeft dividend en rente dan niet apart mee te nemen in je aangifte. Bij uitkerende fondsen moet je dit wel doen.
Je vermogensgroei is het verschil in waarde van je fondsen tussen 1 januari en 31 december. Je verrekent stortingen (zoals aankopen) en onttrekkingen (zoals verkopen).
Bij het bepalen van je daadwerkelijke rendement mag je geen kosten, zoals de beheerkosten, aftrekken. Alleen de rente op box 3-schulden is aftrekbaar.
In dit rekenvoorbeeld is een box 3-heffing op basis van fictief rendement aantrekkelijker dan op basis van daadwerkelijk rendement. Dit komt voornamelijk door de waardestijging van de fondsen, het feit dat de kosten niet aftrekbaar zijn en omdat er geen recht is op de toepassing van het belastingvrije vermogen. Het is belangrijk om te weten dat het daadwerkelijke rendement nooit kan leiden tot een negatief inkomen. Let wel, elke situatie is anders. Daarom is het verstandig om dit te bespreken met je fiscale of financiële adviseur.
De volgende stap is dat de Tweede en Eerste Kamer het wetsvoorstel moeten goedkeuren. Zij zullen het voorstel voor de zomer van 2025 behandelen. Tot die tijd hoef je geen daadwerkelijk rendement door te geven. Zodra dat wel nodig is, zal de Belastingdienst je hierover een brief sturen. Waarschijnlijk kan dit vanaf de zomer van 2025.
Wat is de tegenbewijsregeling in box 3?
De tegenbewijsregeling in box 3 is een regeling die rechtsherstel biedt als het daadwerkelijk behaalde rendement lager is dan het fictieve rendement in box 3.
Wat is het verschil tussen fictief en daadwerkelijk rendement?
Het fictieve rendement is een vastgesteld percentage over je vermogen in box 3 dat belast wordt. Het daadwerkelijke rendement is het rendement dat je daadwerkelijk hebt behaald op je beleggingen.
Moet ik iets doen met betrekking tot deze regeling?
Momenteel hoef je nog geen actie te ondernemen. De Tweede en Eerste Kamer moeten het wetsvoorstel nog goedkeuren. Pas als dat is gebeurd, en je daadwerkelijk rendement lager is dan je fictieve rendement, kun je actie ondernemen. De Belastingdienst zal je hierover informeren.
